Algemeen

Samenvatting

Financiële positie

De financiële uitgangspositie is het begrotingsresultaat 2020 tot en met de laatst door de gemeenteraad vastgestelde perioderapportage (2 e ) en de septembercirculaire 2020. Het verloop van dit resultaat staat hieronder. De financiële vertaling van de uitgangspunten en de ontwikkelingen en speerpunten leiden tot de volgende begrotingsresultaten.

Omschrijving (bedragen *€ 1.000, - = nadeel)

2021

2022

2023

2024

Stand begrotingssaldo kaderbrief 2021-2024

1.284

1.096

193

457

6e en 7e begrotingswijziging 2020

0

0

0

0

Stand begroting 2021 na stand 7e begrotingswijziging 2020 = Beginstand

1.284

1.096

193

457

Mutaties Begroting 2021:

Aanpassing inkomsten o.b.v. ramingen Sabewa

-433

-442

-451

-460

Resultaat septembercirculaire 2020

297

-131

-212

-195

Overige aanpassingen

26

60

57

734

Totaal mutaties Begroting 2021

-110

-513

-606

79

Voorlopig begrotingssaldo

1.174

583

-413

536

Stand taakstelling Sociaal Domein

-2.518

-2.283

-2.066

-1.546

Voorlopig begrotingssaldo incl stand taakstelling Sociaal Domein

-1.344

-1.700

-2.479

-1.010

Stand taakstelling Sociaal Domein

2.518

2.283

2.066

1.546

Toevoeging voorlopig begrotingssaldo

1.174

583

536

Onttrekking algemene reserve

-413

Begroting 2021-2024 na toevoeging of onttrekking saldo aan algemene reserve en excl stand taakstelling Sociaal Domein

0

0

0

0

Ons uitgangspunt is dat wij het sociaal domein (Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet) budgetneutraal organiseren. Dit betekent dat we willen dat de uitgaven voor het sociaal domein maximaal gelijk zijn aan de budgetten die wij voor het domein beschikbaar hebben. Dit neemt niet weg dat we voor grote uitdagingen staan om aan die opdracht te voldoen.

In de tabel geven wij de stand van het sociaal domein per 21 september 2020. Deze stand is bijgewerkt voor alle zaken die tot de raadsvergadering van november 2020 bekend/besloten zijn. De Reserve Sociaal domein kan dit tekort in ieder geval vanaf 2021 niet meer opvangen. Als wij de geraamde bezuinigingen in een bepaald jaar niet halen, halen wij het tekort tijdelijk uit de algemene reserve. Deze onttrekking(en) aan de algemene reserve voegen we later weer toe aan deze reserve vanuit het sociaal domein. Daarvoor is noodzakelijk dat we op termijn die ruimte nog vinden binnen het sociaal domein. Daarmee houden we vast aan de budgetneutraliteit.

De herverdeling van het gemeentefonds kan de komende periode de grootste invloed hebben op onze financiële positie. In de beginstand is op basis van de Kaderbrief 2021-2024 uit voorzichtigheid een inschatting van het nadelig effect (stelpost) van € 2.750.000 opgenomen. Voor onze toezichthouder is het niet strikt noodzakelijk om hiervoor een stelpost op te nemen. De toezichthouder toetst op duurzaam reëel evenwicht en neemt in die beoordeling deze stelpost niet mee. Wanneer deze post buiten beschouwing wordt gelaten is onze begroting structureel en reëel in evenwicht.

Mutaties Begroting 2021:

Belastinginkomsten

Wij hebben van Sabewa Zeeland de prognose van de waardeontwikkeling en heffingsgrondslag voor de OZB en rioolheffing ontvangen voor het belastingjaar 2021. Op basis van deze prognose hebben wij de ramingen van de opbrengsten OZB en rioolheffing in 2021 en volgende jaren aangepast. Deze aanpassing houdt in dat wij verwachten minder opbrengsten te ontvangen, dan vermeld in de Kaderbrief 2021-2024.

De oorzaak hiervan heeft betrekking op de lagere het opstellen van de Kaderbrief 2021-2024 (voorjaar 2020) zijn wij voor de ramingen van de belastingopbrengsten uitgegaan van de  ingeschatte heffingsgrondslag van het jaar 2020. Sabewa Zeeland geeft in september 2020 aan dat het totaal van de verwachte stijging van de waarde- en areaalontwikkeling in 2020 in werkelijkheid lager is uitgevallen, dan ingeschat. Daarnaast is de totale heffingsgrondslag (alle WOZ-waarden samen) aanzienlijk verminderd naar aanleiding van gegronde bezwaarschriften. Met name de vermindering van de waarde van twee grote objecten niet-woningen (€ 15.000.000 en € 6.800.000) na bezwaar zorgen hiervoor. Omdat de bijgestelde heffingsgrondslag 2020 de basis vormt voor de prognose van het jaar 2021, heeft dit ook gevolgen voor opbrengsten OZB en rioolheffing in 2021 en volgende jaren.

Septembercirculaire 2020

 Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

Resultaat Septembercirculaire 2020

297

-131

-212

-195

Sociaal Domein

132

-118

-162

-141

DU Bevolkingsdaling

396

Resultaat Septembercirculaire 2020
Het tijdelijk niet toepassen van de opschalingskorting in 2020 en 2021 is de belangrijkste oorzaak van het positieve resultaat in 2021. Het saldo van de ontwikkeling van de uitkeringsfactor en de uitkeringsbasis leiden tot de tekorten vanaf 2022. Hierop is in de tabel de positieve mutatie vanuit de WOZ-waarden (jaarlijks € 91.000) al verrekend. De ontwikkeling van de uitkeringsfactor betreft alle bijstand en WOZ-gerelateerde maatstaven op basis van de Macro Economische verkenning 2021 van het Centraal Plan Bureau. De mutaties op de uitkeringsbasis betreft actualisatie van CBS-aantallen in de basisomvang van de algemene uitkering. Beide leiden tot negatieve bijstellingen. De resultaten van de septembercirculaire komen ten gunste (2021) of ten laste (2022-2024) van het voorlopig begrotingsresultaat.

Sociaal Domein
De verklaring van de mutaties in het Sociaal domein hebben dezelfde oorzaken als bij het resultaat van de septembercirculaire maar dan alleen voor de sociaal domein gerelateerde maatstaven. Daarnaast heeft het Rijk de extra middelen die gemeenten in 2021 krijgen voor de jeugd (€ 300 miljoen) met één jaar verlengd. Vanaf 2022 is deze € 300 miljoen voor Terneuzen € 885.000. In de begroting 2020 mochten we het bedrag in 2021 van € 300 miljoen structureel maken van de toezichthouder. Op basis van de verdeling van destijds was dit voor ons € 949.000. Gezien het nu € 885.000 is betekent dit een lagere bijdrage jeugd van structureel € 64.000 vanaf 2022. Deze is in bovenstaande bedragen verrekend. De bedragen in het sociaal domein komen, volgens het sociaal domein budgettair neutraal uitgangspunt, ten gunste (2021) of ten laste (2022-2024) van het sociaal domein.

DU Bevolkingsdaling
Het Rijk heeft aan gebieden die te maken hadden met bevolkingsdaling in 2016 een decentralisatie-uitkering voor de duur van vijf jaar toegekend. Voor Zeeuws-Vlaanderen was dat afgerond € 396.000. Deze werd verdeeld op basis van aantal inwoners in Zeeuw-Vlaanderen. In afwachting van evaluatie van deze decentralisatie-uitkering heeft het Rijk deze bijdrage met één jaar verlengd. Deze decentralisatie-uitkering is in afwachting van advisering van de vakafdeling op een stelpost opgenomen in het jaar 2021.

Overige aanpassingen
Een aantal aanpassingen zijn verwerkt in de begroting.

Begrotingsuitgangspunten

Wij hebben de onderstaande uitgangspunten uit de kaderbrief 2021-2024 verwerkt in deze meerjarenbegroting.

Nr.

Onderdeel

Uitgangspunten

2021

2022

2023

2024

1

Inwoners

constant

54.426

54.426

54.426

54.426

2

Woningen, inclusief recreatiewoningen

constant

26.966

26.966

26.966

26.966

3

Salarissen/sociale lasten

CAO

2,7%

3,2%

3,2%

2,0%

4

Prijsstijging

variabel

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

5

Rente investeringsprogramma 2021-2024

Renteomslag-percentage

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

6

Belastingen en rechten

CPI

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

7

Sportaccommodaties

CPI

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

8

VZG-richtlijn gemeenschappelijke regelingen

2,2%

2,2%.

2,2%.

2,2%.

De verhoging van de belastingen en rechten van 2% geldt niet voor de volgende:

  • Bedrijven Investeringszone: afzonderlijke vaststelling tarieven;
  • Precariobelasting: gelijkblijvend tarief tot en met einde belastingheffing;
  • Parkeerbelastingen: gelijkblijvende tarieven voor het parkeren ondergronds (€ 1,40 per uur) en bovengronds (€ 1,60 per uur) op basis van huidig parkeerbeleid;
  • Lijkbezorgingsrechten: 100% kostendekkende tarieven;
  • Bedrijfsafval: jaarlijks afzonderlijke vaststelling tarieven op basis van marktprijzen.

Verder hebben wij de meerjarige ramingen van de forensen- en de hondenbelasting, de reinigingsrechten en de markt- en standplaatsgelden verlaagd naar aanleiding van de gerealiseerde opbrengsten 2019.

Risico’s

Wij hebben de risico’s met mogelijk financiële gevolgen in de komende jaren opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. De belangrijkste risico’s zijn:

  • Herverdeling gemeentefonds;
  • Toenemende vraag in het sociaal domein in relatie tot de beschikbare Rijksmiddelen
  • Het Rijk besluit om vanaf 2023 geen extra gelden meer te geven voor de kosten van de jeugdzorg.
  • Corona/COVID19

Herverdeling gemeentefonds
Het belangrijkste deel van de inkomsten van de gemeente bestaat uit de bijdragen van het Rijk via het gemeentefonds. De verdeling via dit fonds verandert. Deze herverdeling van het gemeentefonds is belangrijk voor ons financieel meerjarenperspectief. De herverdeling is uitgesteld tot 1 januari 2022. Dit onder de voorwaarde dat het Rijk de uitkomsten in de decembercirculaire 2020 bekendmaakt. Wij verwachten dat de herverdeling voor onze gemeente negatief uitvalt.
Het herverdeeleffect voor een gemeente is maximaal € 25 per inwoner per jaar met een invoeringstermijn van maximaal vier jaar. Dit betekent een maximaal negatief effect van € 5,5 miljoen. We houden in ons financieel meerjarenperspectief rekening met een totaal nadeel van € 50 per inwoner. Het financieel gevolg hiervan ziet er zo uit:

bedragen maal € 1.000

2022

2023

2024

Herverdeling Gemeentefonds

-1.375

-2.750

-2.750

Naast de herverdeling speelt ook de sterke behoefte van de gemeenten om de omvang van het gemeentefonds te vergroten. Dit om de financiële situatie bij de gemeenten te verbeteren. Dit heeft tot nu toe nog niet geleid tot extra geld van het Rijk voor de gemeenten.

Sociaal domein / Jeugdzorg
Wij ontvangen van het Rijk tot en met 2021 (miljoenennota 2021) een extra vergoeding voor de kosten van de jeugdzorg van € 949.000 per jaar. De provincie Zeeland staat ons toe dat we deze gelden structureel in onze meerjarenbegroting verwerken. Het risico bestaat dat het Rijk de extra vergoeding vanaf 2022 niet meer verstrekt. Wij verwachten dit overigens niet gezien de hogere kosten voor de jeugdzorg en mede daardoor de slechtere financiële situatie in veel gemeenten.
Voor de jaren 2019 tot en met 2021 zijn incidenteel extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd voor de jeugdzorg. Om te kunnen beoordelen of en in welke mate gemeenten structureel extra middelen nodig hebben bij een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet wordt in 2020 een onderzoek uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Financiën, Justitie en Veiligheid en BZK, en de VNG. Hiernaast gaat het om de vraag welke maatregelen of aanpassingen in de Jeugdwet/jeugdstelsel er genomen kunnen worden om de uitgaven te verminderen. Het onderzoek wordt naar verwachting in 2020 afgerond en definitieve besluitvorming hierover is aan een volgend kabinet

Corona/COVID-19
De (eventuele) gevolgen van de Covid 19 crisis hebben wij voor zover dat mogelijk is voor de gemeente financieel in beeld gebracht. Wij verwachten in 2021 en volgende jaren in ieder geval hogere kosten voor (bijzondere) bijstand en schuldhulpverlening. Ook de uitvoering van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) zal in 2021 veel tijd van onze organisatie vragen. Wij gaan er vanuit dat het Rijk onze hogere uitgaven en lagere inkomsten door Covid 19 (bijna) volledig vergoedt. In de begroting 2021 houden wij voorlopig rekening met een nadeel van € 400.000.

Investeringen 2021-2024

De geplande investeringen in de komende jaren staan in het Investeringsprogramma 2021-2024 (bijlage Investeringsprogramma 2021-2024).
De investeringen die jaarlijks terugkomen zijn:

  • Uitvoering onderhoudsplannen wegen, riolering (WRP) en openbare verlichting;
  • Vervanging bedrijfsmiddelen;
  • Landschapuitvoeringsplan.

De commissie BBV heeft in januari 2020 een nieuwe notitie materiële vaste activa gepubliceerd. Op basis van deze notities hebben wij een aanpassing gedaan bij de reconstructie wegen in het investeringsprogramma. Een gedeelte van deze werkzaamheden die opgenomen waren in het investeringsprogramma kwalificeren niet als een investering. Hiervoor hevelen wij structureel een bedrag van € 620.500 over naar de exploitatie en verlagen dus het investeringskrediet met dit bedrag ten opzichte van de Kaderbrief 2021-2024.

Verder hebben wij vanaf 2021 de investeringen onderwijshuisvesting volgens het Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgenomen, waarvoor een apart investeringsvoorstel is opgesteld en waarvoor de onderzoeken zijn afgerond.
Nieuwe investeringen in 2021 zijn het wijkgebouw voor groenbeheer (€ 105.000) en de aanschaf van een vastgoedinformatiesysteem (€ 75.000). Voor 2022 staat het kunstgrasveld voor de voetbalvereniging Terneuzense Boys geraamd (€ 240.000).

Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK)

De Provincie Zeeland heeft in het nieuwe Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK) voorschriften gegeven voor het in beeld brengen van het al dan niet reëel structureel in evenwicht zijn van de begroting. Onderstaand geven wij dit inzicht.

(Prognose) baten en lasten

Realisatie

Begroting

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Lasten

162.230

161.640

164.892

165.537

166.810

169.580

Baten

161.619

160.646

166.089

166.183

165.906

168.239

Saldo van baten en lasten

-611

-994

1.197

646

-904

-1.341

Toevoegingen aan reserves

1.962

1.485

862

640

6

746

Onttrekkingen aan reserves

8.676

3.249

839

577

497

2.623

Mutatie reserves

6.714

1.764

-23

-63

491

1.877

Resultaat

6.103

770

1.174

583

-413

536

Incidentele lasten

6.678

3.385

2.768

521

119

2.208

Incidentele baten

2.980

3.594

1.775

634

0

740

Saldo incidentele baten en lasten

-3.698

209

-993

113

-119

-1.468

Toevoegingen aan reserves incidenteel

3.834

1.485

855

634

0

740

Onttrekkingen aan reserves incidenteel

10.824

3.117

404

140

60

2.186

Mutaties reserves incidenteel

6.990

1.632

-451

-494

60

1.446

Resultaat incidenteel

3.292

1.841

-1.444

-381

-59

-22

Structureel resultaat

2.811

-1.071

2.618

964

-354

558

Meegenomen event. gevolgen herverdeling gemeentefonds

1.375

2.750

2.750

Toets reëel structureel resultaat

2.811

-1.071

2.618

2.339

2.396

3.308

Zoals bovenstaand is af te lezen zijn wij met inbegrip van de door de provincie Zeeland afgesproken gemaakte correctie op de herverdeling gemeentefonds meerjarig reëel sluitend.
Daarbij constateren wij ook de meerjarige saldo's dusdanig groot zijn dat ze de resterende taakstelling in het sociaal domein overstijgen. Hiermee verwachten wij te kunnen concluderen dat wij voldoen aan de criteria voor repressief toezicht en dat de toezichthouder op basis hiervan niet tot preventief overgaat.

Financiële tabellen
De financiële tabellen worden opgebouwd door een automatische koppeling met het financiële programma. Hierdoor kunnen in de financiële tabellen in de jaarstukken afrondingsverschillen van € 1.000 ontstaan.

Deze pagina is gebouwd op 11/05/2020 09:16:20 met de export van 11/05/2020 09:04:11